RECENSIE 11/02/2021

Langs de Rivier, Esther Kinsky.

Langs de rivier, recensie

Een boek over een vrouw die wandelt, dat is Langs de Rivier. Maar het is daarin ook een boek over het mooie vinden in het normale, en soms zelfs het lelijke.

Langs de rivier (2020)

Een vrouw verhuist naar een buitenwijk van Londen, een buurt met veel immigranten die zich allemaal op hun manier staande houden. Ook zij is een vreemde, en als ze als buitenstaander observeert ze het leven en de omgeving. Ze maakt lange wandelingen langs de rivier de Lea en zie hoe de stad en land in elkaar overgaan, elkaar vormen, hoe mensen uit de hele wereld in die stad samenkomen. Langs de rivier is een grootse Europese roman, over de kleine en grote verhalen die mensen elkaar vertellen, en de essentiële vraag hoe je als mens in een groter geheel je plek kunt vinden.

Nog 50 bladzijdes

Als ik mijn eerste gedachten voor Langs de Rivier op papier zet heb ik nog zo’n 50 bladzijdes te gaan. Normaal maak ik gedurende het lezen van een boek wel wat aantekeningen hier en daar, losse gedachten die zich later zullen vormen naar een complete tekst die op deze blog zal verschijnen. Maar met Langs de Rivier wachtte ik af. In plaats van aantekeningen las ik het boek met een potlood in de hand, een berg tabjes naast mij. Ik las en ik las.

Een maand lang vergezelde Langs de Rivier mij in de ochtend en liep ik samen met het ik-personage, letterlijk, langs de rivier. Het ik-personage is een vrouw van Duits-Joodse afkomst en wanneer we haar ontmoeten bevindt ze zich in de periode voor haar vertrek uit Londen. Een boek met Londen als de setting sprak mij meteen aan. Ik woonde zelfde in de stad, ken de gebieden waar ze over spreekt. Maar Londen is groot, en zelfs na een jaar Londen voelde ik alsof ik maar weinig had gezien. En precies dat benadrukt Esther Kinsky in Langs de rivier: alles wat niet gezien wordt.

Want in plaats van zich te richten op het grote en machtige van deze wereldstad, richt zij zich op het alledaagse. De tweedehandskledingwinkel van een Kroaat die beweert voor een Bosnische liefdadigheidsvereniging te werken, of de Islamitische school. Een van de ontmoetingen die een indruk op mij heeft achtergelaten vindt plaats in het begin van het boek; de ontmoeting met Sonja. De beschrijving die volgt licht de fascinatie voor het normale, en soms gruwelijke, beter toe dan ik in woorden kan vangen:

“Op een open plek midden op het kerkhof zag ik een keer een jong meisje met haar vriend. (…) Het meisje deed denken aan een grafengel met een door weer en wind aangetast gezicht, haar huid leek wel poreus gesteente en haar trekken waren vlak, alsof ze waren geschuurd om de scherpe kantjes eraf te halen. Maar ze had mooi lang rood haar en ik noemde haar bij mezelf Sonja.”

Sonja met een gezicht als een grafengel, geloofde in de gaatjescamera, en ving daarmee een zwevend wit silhouet in de linkerhoek van een foto. 

“Een engel, zei ze.”

Tussen autobiografisch en fictie

Een terreinroman. Dat is de ondertitel van Langs de Rivier. Esther Kinsky introduceerde dit begrip naar aanleiding van haar vorige roman: Kreupelhout

“Kreupelhout is een door de auteur zelf benoemde ‘terreinroman’, waarin het terrein niet alleen plaats van handeling is, maar ook als handelingsbekwaam opereert.” (Literair Nederland, 2020)

Het verhaal heet Langs de Rivier en alhoewel dat ook het terrein is van deze roman: het is letterlijk een wandeling langs de rivier de Lea en een reflectie op rivieren die ons hoofdpersonage heeft gekend, is het terrein ook vooral waar deze rivier nog meer naar toe leidt. De kleine takken van de rivier die zich diep in Londen begraven. En daardoor ook het terrein van een immigrant in een buurt vol immigranten laat zien. Ook Londen, maar een andere kant.

Precies hier vinden we een knelpunt tussen autobiografisch en fictie. Want is dit Kinsky’s eigen verhaal of toch iets heel anders? De vignetten die in het boek beschreven worden voelen levensecht. Met daarnaast een aantal kleine foto’s, soms met de schaduw van de fotograaf, die ook niet veel duidelijkheid scheppen. Je gelooft dat Esther aan de kant van de rivier om zich heen keek en deze woorden gewoon zomaar neerpende en de foto’s maakte. En aan de andere kant zijn al deze beschrijvingen bijna te mooi, te goed geconstrueerd – een ode aan het poëzie-verleden van de schrijver – om zomaar een voorbijgevlogen gedachtegang te kunnen zijn.

En zo bestaat Langs de Rivier. Tussen fictie en autobiografie, tussen beschrijvingen van de natuur en observaties van de stad, tussen de schrijver en de lezer.

Kortom

Ondertussen heb ik de laatste 50 bladzijdes gelezen; liep ik het laatste stukje van de rivier en keek ik een laatste keer om me heen.

Langs de Rivier is een moeilijk boek om over te schrijven. Want hoeveel bespreek ik in deze blog, hoeveel geef ik weg en is er eigenlijk wel iets om weg te geven? Is elk voorbeeld wat ik aandraag niet ook een subject van mijn eigen interpretatie? En zal de volgende persoon die dit boek oppakt niet ook een eigen interpretatie vinden in de straten van Londen, in de Pakistaanse internetwinkel, de joodse school of het ruige terrein van de rivier de Lea?

Ik heb niet alle antwoorden op deze vragen. Maar toch wil ik een conclusie bieden aan het einde van deze blog. Dus bij deze.

In Langs de rivier vinden we details, observaties en vooral mensen. De mensen in Londen en het mens achter het boek. Het boek lees je niet om het einde te bereiken. Maar om intens te genieten van wat je gepresenteerd wordt en zelf ook eens te gaan wandelen. En echt te kijken.

Details

Titel: Langs de Rivier
Auteur: Esther Kinsky
Vertaler: Josephine Rijnaarts
Uitgeverij: 
Uitgeverij Pluim
Datum van verschijnen: november 2020
Blz: 324
ISBN: 9789083073590

Dank voor het recensie-exemplaar, Uitgeverij Pluim!

Het boek is te koop bij je (online) boekhandel; koop een boek, koop lokaal!

Leestip. Over het vertalen van Esther Kinsky’s Langs de rivier, door Josephine Rijnaarts. 

You Might Also Like

Leave a Reply

Geverifieerd door MonsterInsights